vrijdag 29 augustus 2014

Het perverse effect van inkoopmacht



Vannacht lag ik wakker, heel lang wakker. Dat had te maken met twee nieuwsberichten.

Het eerste was dat het Rijk zich actief gaat bemoeien met tientallen gemeenten die de jeugdzorg maar niet geregeld krijgen. Tientallen? Ja, tientallen!! De verantwoordelijke bewindslieden hebben er geen vertrouwen in dat die gemeenten voor 1 januari klaar zijn voor hun nieuwe jeugdtaken.

Het tweede was dat zorgorganisatie Carinova stopt met thuiszorg omdat de bezuinigingen op de langdurige zorg tot veel onzekerheid leiden. Daardoor is  het onzeker of zo'n 3.000 mensen in de omgeving van Zwolle en Deventer ook volgend jaar nog thuishulp krijgen. De organisatie stopt omdat de bezuinigingen op de langdurige zorg tot veel onzekerheid leiden. Volgens de voorzitter van de Raad van Bestuur  duurt het te lang voordat de gemeenten duidelijkheid geven over de tarieven en de volumes die ze volgend jaar willen afnemen. Eerder was al bekend dat zo’n 1.000 medewerkers van deze organisatie hun baan zullen verliezen.

Is de situatie bij Carinova een voorbode van wat deze sector te wachten staat? Is  de zorg van de staatssecretarissen Van Rijn en Teeven terecht? Als ik het mij goed herinner moet per 1 oktober de inkoop voor 2015 rond zijn. Dat is nog een maand. Hoogleraar Jan Telgen geeft aan dat een verrassend groot aantal gemeenten in 2015 op nagenoeg dezelfde manier door gaat in plaats van echt te veranderen. Die gemeenten gaan volgens hem een soort AWBZ’tje spelen. Als dat het geval is, zou er toch weinig aan de hand moeten zijn. Zoek en vervang in de huidige contracten. Dat de decentralisatie dan geen transformatie wordt nemen we er de eerste twee jaren dan maar bij. De contractering en daarmee de zorg voor de burgers is immers geregeld.

Uit het voorbeeld van Carinova blijkt wat anders. Er gebeurt iets wat in inkooptermen een monopsonie heet. Een monopsonie treedt op in een markt waar slechts één koper, de monopsonist (de gemeente), aanwezig is. Er zijn echter wel meerdere verkopers (de zorgorganisaties). Het is dus het tegengestelde van een monopolie, waar er maar één verkoper is voor meerdere kopers. Een monopsonie kan gezien worden als een extreem voorbeeld van Buyer Power. 


Die definitie hield mij wakker. Buying Power, inkoopmacht.  Dat is toch is waar je volgens de inkoophandleidingen naar moet streven? Sterk staan in de markt. De laagste prijs binnenhalen. Voorwaarden dicteren en zo?  Nu zitten gemeenten in een positie waar ze inkoopmacht hebben en dan valt gelijk de markt om. Dat kan toch niet de bedoeling zijn. De oorzaak ken ik niet. Gissen kan ik wel. Volgens mij komt het doordat we te maken hebben met een onvolwassen markt. Gemeenten moeten inkopen op een markt die ze niet kennen. Het gaat dan ook nog eens om heel veel geld en de directe verantwoordelijkheid voor hun burgers. Geen wonder dat ze heel voorzichtig zijn en nog geen stappen (durven  te) zetten. Zorgorganisaties zijn waarschijnlijk nog geen verkopers en weten niet om te gaan met deze nieuwe situatie. Frappant is dat we deze situatie al eens eerder hebben meegemaakt bij Hulp in de Huishouding. Dat nooit meer, heb ik vaak horen zeggen.

Twee gescheiden werelden die samen moeten komen. Dat moet nu wel heel snel gaan gebeuren. Dat roept om een intensieve samenwerking, grondige marktkennis en vertrouwen in elkaar. Daarmee kom je hopelijk ook af van het AWBZ’tje spelen, krijgen innovaties een kans en komt die transformatie er wel.

Dan heb je ook een win-winwin. Voor zorgondernemers, voor gemeenten en voor burgers. Dan verandert  Inkoopmacht in Inkooppracht. 


vrijdag 15 augustus 2014

Maatschappelijk aanbesteden


Het lijkt of er weer een nieuw balletje is opgegooid dat de overheidsinkoper in de lucht mag gaan houden: maatschappelijk aanbesteden.
Bij maatschappelijk aanbesteden gaat het om publieke taken die geheel of gedeeltelijk worden overgedragen aan burgers, ondernemers of maatschappelijke instellingen. Door hun betrokkenheid komt de menselijke maat weer in beeld, waarin mensen zich meer herkennen dan in grote onpersoonlijke instituties. De focus ligt hierbij op samenwerking in een nieuwe rolverdeling  vanuit de gedachte dat voor veel complexe vraagstukken meerdere partijen nodig zijn.

Dat lijkt iets nieuws. Maar dat is het eigenlijk niet. Gemeentelijk inkopers zijn, zonder dat zich er misschien bewust van te zijn, al bezig met dit onderwerp. De aanbestedingswet verplicht namelijk een aanbestedende dienst zoveel mogelijk maatschappelijke waarde te genereren met de publieke middelen. Maatschappelijke waarde? Dat is interessant. Volgens mij is de doelstelling van maatschappelijk aanbesteden nou juist het creëren van maatschappelijke waarde. Dat komt even mooi uit!

En dat komen nog andere wetten om de hoek kijken. Per 1 januari 2015 worden gemeenten namelijk verantwoordelijk voor een aantal nieuwe taken op het gebied van jeugdzorg, werk en inkomen en zorg voor langdurig zieken en ouderen (Jeugdwet, Participatiewet en WMO). Gemeenten moeten toe naar een werkwijze waarin eigen kracht veel meer op de voorgrond staat, waarin meer ruimte gegeven wordt aan bewoners en mensen die zelf initiatief nemen. Sterker nog, met de Participatiewet is het de bedoeling dat mensen eerst kijken of de hulp niet buiten de gemeente om kan worden geregeld. Dat is maatschappelijke waarde creëren en dat is dus maatschappelijk aanbesteden. Dat is de basis voor de participatiesamenleving (woord van het jaar 2013).

Ik vind dit vanuit inkoop helemaal passen in de beweging van inkoop 1.0 (laagste prijs), via inkoop 2.0 (EMVI) naar inkoop 3.0 (waarde creatie). Maar het vraagt nogal wat. Het vraagt om loslaten, samenwerken, verantwoordelijkheid geven, maar ook nemen. Dat zijn zaken waar wij als overheid nogal eens moeite mee hebben. Het vraagt ook om nog iets anders. Vertrouwen. Misschien is dat wel geeneens iets heel anders, maar is dit juist het kernbegrip.
Vertrouwen moet zich ontwikkelen. Met de Aanbestedingswet en Jeugdwet, Participatiewet en WMO is de basis gelegd. Binnen gemeenten zijn er genoeg mensen die maatschappelijke waarde willen helpen creëren. En die hulp blijkt online via marktplaatsen in ieder geval te worden aangeboden. Meer dan genoeg zelfs. De Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie concludeert dan ook dat er meer hulpaanbod is dan dat er aan hulpvragen bestaat.

Het balletje hoeft dus niet in de lucht gehouden te worden, maar ligt wel bij de gemeenten en de gemeentelijke inkopers. Het goede nieuws voor de inkopers is dat het creëren van waarde de hoogste stap van het inkoopvolwassenheidsmodel is.
Met andere woorden: maatschappelijk aanbesteden is inkoopprofessionaliteit ten top!