zondag 14 juli 2013

NEVI Purchasing Leadership Programme

Afgelopen vrijdag leverde ik mijn derde en laatste essay voor de inkoopopleiding Purchasing Léadership Program (het oude NEVI-3) in. Als het goed gaat mag ik dan half oktober nog een keer naar Maastricht om mijn diploma op te halen. Tijd voor een terugblik dus. Al geruime tijd was ik op zoek naar een passende inkoopopleiding. Niet van die korte cursussen waar je na een of twee dagen weer buiten staat met de gedachte "was het dit nou?, maar een gedegen lange training waar je veel krijgt, maar ook veel moet geven.En dan kom je al gauw op de NEVI-PLP opleiding uit. Daarom eerst maar eens naar een zogenaamde Proeverij geweest. Dagje Maastricht, geen straf om heen te gaan. Ik was gelijk geboeid door de materie die behandeld werd en heb mij gelijk ingeschreven NEVI-1 en NEVI-2 had ik nooit gedaan. Eerlijk gezegd zagen die opleidingen er mij te schools uit. Daarom was ik blij dat ik op grond van opgedane ervaring toch aan deze opleiding mee kon doen. Dat heb ik geweten. In negen maanden zes modules van elk drie dagen en de bijbehorende voorbereiding, drie essays, vier middagen intervisie en een forse businesscase met andere deelnemers. Dat betekent een forse investering in tijd.

Maar ik moet zeggen: die tijd heb ik met veel plezier gegeven. Interessante lesstof, topdocenten en over het algemeen zeer goede gastsprekers. Het verblijf in Maastricht betekende al voor de meeste deelnemers en flinke afstand van huis en werk en droeg bij de interactie binnen de groep. Daar heb ik heel veel van geleerd. Heel interessant om eens met heel andere mensen samen te werken. Mensen die niet alleen binnen de overheid werkzaam zijn, maar vooral in het bedrijfsleven. Daar wordt toch op een hele andere manier tegen inkoop aangekeken dan ik gewend was. Toch kwam ik tot de conclusie dat inkoop bij de overheid veel leuker en uitdagender kan zijn. De veelheid aan factoren waar je als overheidsinkoper rekening mee moet houden ging de meeste inkopers uit het bedrijfsleven de pet te boven.

Elke tweede module werd afgesloten met een essay dat over een of beide modules moest gaan. Ik had er voor gekozen om alle drie de essays over de inkoop van zorg door gemeenten te laten gaan. Dat is een onderwerp dat mij erg na aan het hart ligt. Bij het schrijven van die essays kwam een een punt naar voren dat voor mij de opleiding extra moeilijk maakt: geen enkel artikel ging over de inkoop van de overheid. Dan wordt het toch wel moeilijk om de behandelde literatuur toe te passen. Maar als het dan wel lukt, dan is de voldoening des te groter! Zo gebruikte ik in mijn laatste essay de aanbevelingen die gedaan werden naar aanleiding van de bouw van kerncentrales in Finland en Frankrijk. Net als de inkoop van zorg zijn dat complexe projecten en kun je dus veel leren van de manier waarop ze in die sector met inkoop omgingen.

De businesscase was een van de leukste onderdelen. Samen met drie collega's (een van de rijksoverheid en twee uit het bedrijfsleven) onderzochten wij de rol van vertrouwen bij de groei in innkoopvolwassenheid. De resultaten van dat onderzoek staan tot onze trots in het juli-augustusnummer van DEAL! Hieronder onze groep tijdens de presentatie van onze businesscase.


En dan de hamvraag: wat heb je nou precies geleerd en wat kan je nou mee? Ik denk dat het niet ligt in direct toepasbare tooltjes. Daar zijn zat andere opleidingen voor. De grote winst ligt in de verschillende manieren waarop je leert naar inkoop te kijken. Wat dat betreft was het boek Images of Organization van Gareth Morgan een waardige afsluiting van deze opleiding.Mij heeft deze opleiding in ieder geval genoeg inspiratie gegeven om er een vervolg aan te geven. Ik ga namelijk promotieonderzoek doen. Waarover dan? De inkoop van zorg door gemeenten natuurlijk! Wellicht dat ik daar een apart blog over ga schrijven. Mijn hoofd maalt alweer van de woeste plannen.

met dank aan Frank Rozemeijer voor de foto's.

zaterdag 29 juni 2013

Inkoopvolwassenheid en competenties bij de inkoop van zorg

De afgelopen weken hebben wij, samen met andere organisaties, weer een aantal bijeenkomsten over de inkoop van zorg door gemeenten georganiseerd. Drie dingen vielen mij daarbij op. De eerste was het feit dat veel gemeenten nog aan het begin van hun beleidsmatige visievorming staan. Dat is zorgelijk. Als de transities op 1 januari 2015 ingaan, dan is er nog weinig tijd over, zeker als je dan ook nog de inkoop geregeld moet hebben. Ten tweede viel het mij op dat er, ondanks het feit dat de gemeente nog geen beeld heeft wat ze wil, er vanuit de inkoop heel veel vragen komen over “hoe doe je het dan?” Ik ben aan de ene kant heel blij dat inkopers hun verantwoordelijkheid nemen en zich goed willen voorbereiden. Aan de andere kant vind ik dat inkoopbeleid moet volgen op het gemeentelijk beleid. Het lijkt mij niet goed dat inkoop nu aan beleid gaat vertellen hoe zij het zorgbeleid moten inrichten. Wel zou het mooi zijn als inkoop zich proactief opstelt en de beleidsmakers aanspoort en vroegtijdig adviseert. Daarmee pakt inkoop gelijk een hele sterke rol binnen de gemeente.

Dat brengt mij op mijn derde punt. In veel van de bijeenkomsten kwamen een aantal (werk)woorden vaak voor: vertrouwen, samenwerken, loslaten,netwerken, innoveren, co-creëren. Werkwoorden die mij uit het hart gegrepen zijn en ik helemaal vind passen bij een moderne inkoper, de inkoper 3.0. De inkoper die niet alleen op tactisch niveau bezig is, maar ook op strategisch niveau een meerwaarde voor de gemeente heeft. Tegelijkertijd slaat de schrik mij dan om hetzelfde hart als ik naar het inkoopvolwassenheidsmodel van Van Weele, Rozemeijer en Rietveld kijk. Dat bestaat uit zes fases. De eerste drie zijn inkoopgedreven, de andere drie businessgedreven. Als ik dan naar gemeenten kijk en ze in totaliteit een cijfer voor inkoopvolwassenheid geef, dan zou ik in een optimistische bui een 2,5 geven. Natuurlijk, er zijn gemeenten die wellicht hoger scoren, maar ik ben heel benieuwd hoeveel gemeenten een vier of hoger scoren en dus businessgedreven zijn.

De genoemde werkwoorden zijn volgens mij de succesfactoren voor het slagen van de inkoop van zorg. Volgens de theorie horen die echter bijeen inkoopvolwassenheid van vijf en zes. Dit zijn scores die ook in het bedrijfsleven maar heel weinig voorkomen. Daar zijn verschillende verklaringen voor. Ik wil er nu één uitlichten: competenties. Het is aannemelijk dat de competenties voor een inkoper binnen een inkoop-gedreven organisatie anders zijn dan voor een inkoper binnen een business-gedreven organisatie. Om welke competenties gaat het dan? Het pas verschenen rapport van Inquest “Professioneel gedrag en de positionering van inkoop” geeft inzicht. Ik citeer:
de inkoper 3.0 kent zijn processen, tools, maar praat er niet meer over. Hij luistert, is sensitief en gericht op integratie en engagement me de business. Te ontwikkelen competenties zijn conceptueel denken, visie en durf.
OK, deze resultaten komen uit een onderzoek binnen het bedrijfsleven, maar ik zie hier toch weinig verschil met de overheid.

Dat betekent nogal wat voor gemeenten. Naast de hele invoering van de Wmo binnen hun organisatie met grote financiële sociale belangen moeten ze dus tegelijkertijd hard aan competentiemanagement werken. Een jaar geleden schreef ik naar aanleiding van van ons jaarlijkse congres mijn eerste blog: “De snaterparadox: Calimero, het lelijke eendje, de domme gans en de zwaan” . Nu, een jaar later en een congres verder ben ik ervan overtuigd dat de inkoop van zorg dé mogelijkheid is voor inkopers om zelf een transitie te maken: van lelijk eendje naar trotse zwaan. Dat zou van lef en durf getuigen!


maandag 20 mei 2013

Circulair inkopen: hype, noodzaak of kans?

Afvalstoffenbeheer? Dat doen wij toch niet bij de overheid? Wij kopen toch alleen in; we gooien ons afval netjes gescheiden in de afvalcontainers en papier laten we toch keurig afvoeren en versnipperen? Dat waren zo’n beetje mijn gedachten toen ik begon aan het opzetten van een marktdossier afvalbeheer. In dat kader maakte ik kennis met Joan Prummel, kwartiermaker categoriemanagement bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken.
Na het aanhoren van een bevlogen verhaal en een middag die dan ook omvloog ben ik mij eens wat breder gaan oriënteren. Ik moet zeggen: het leek of ik een tijd had zitten slapen. Natuurlijk, ik las wel eens wat berichten van Arjan van Weele over schaarse wordende grondstoffen, maar relateerde dat aan productieprocessen in het bedrijfsleven, niet aan de overheid en zeker niet aan inkoop. Circulaire economie, Cradle to Cradle, bio-based economy het leken allemaal van die hypes. Na mij de zondvloed, zeg maar.

Wat is die circulaire economie nou eigenlijk? Om daar meer over te horen ben ik op bezoek gegaan bij MVO Nederland en bij de TU Delft. Dat heb ik geweten, want ook daar trof ik zeer bevlogen mensen. De circulaire economie is een economisch systeem dat bedoeld is om herbruikbaarheid van producten en grondstoffen te maximaliseren en waardevernietiging te minimaliseren. Het systeem kent twee kringlopen van materialen. De ene is een biologische kringloop, waarin reststoffen veilig terugvloeien in de natuur en de andere is een technische kringloop, waarvoor product(onderdelen) zo zijn ontworpen dat ze op een kwalitatief hoogwaardig niveau opnieuw gebruikt kunnen worden.
Dit is wel heel anders dan in het huidige lineaire systeem, waarin grondstoffen worden omgezet in producten die na verbruik worden vernietigd. Dit lineaire model is onhoudbaar omdat grondstoffen beperkt voorradig zijn. Bovendien kan de natuur niet ongelimiteerd afval en schadelijke stoffen opnemen. Er is dus een noodzaak tot verandering.

Het principe van de circulaire economie wordt snel populairder bij ondernemers en beleidsmakers; vooral bij mensen die zich bezig houden met supply chain management, innovatie en onderzoek, productie, verkoop en marketing of logistiek en afvalverwerking.
Niet alleen vanwege de druk op het milieu en de huidige afhankelijkheid van grindstoffen die snel opraken, maar ook vanwege de kansen die de circulaire economie biedt voor innovatieve ondernemers en voor inkopers binnen de overheid is dit een onderwerp waar veel meer aandacht voor nodig is. Wat het ook nog eens interessant maakt, is dat de eerste praktijkvoorbeelden aangeven dat er met wat logisch nadenken ook nog eens een hoop geld te besparen is.

Hier ligt een enorme uitdaging voor de Nederland die we met zijnallen moeten pakken. En dat betekent weer een mooie kans voor Inkoop!


woensdag 3 april 2013

Social return: kans of belemmering?

De afgelopen tijd heb ik een aantal marktontmoetingen over social return bij de Rijksoverheid helpen opzetten en ook meegemaakt.Oorspronkelijk stond er één bijeenkomst voor Diensten en Leveringen en één voor Werken op de planning. Door de grote belangstelling werd dit aantal al snel verdubbeld Deze ontmoetingen werden georganiseerd door het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Social return, oftewel het bieden van werk(ervarings)plaatsen aan mensen met een grote(re) afstand tot de arbeidsmarkt, is een manier om deelname aan de arbeidsmarkt voor deze doelgroep te bevorderen. De Rijksoverheid stimuleert dat iedereen zoveel mogelijk naar vermogen werkt, ook mensen voor wie het lastiger is deel te nemen aan het arbeidsproces.

Social return. Is dat weer zo’n bal die een inkoper van de overheid als een jongleur in de lucht moet houden? “We moeten al met zoveel zaken rekening houden” is de veelgehoorde verzuchting. Die verzuchting hoor ik trouwens ook vanuit het bedrijfsleven. “Prima initiatief hoor, maar nou moet ik in deze moeilijke tijden mijn eigen mensen gaan ontslaan, omdat jullie bij de overheid zo nodig weer wat moeten.” Ik denk zelf dat dat een redenering vanuit belemmeringen is, niet vanuit kansen.
Kwamen die mensen dan alleen om te klagen? Deels en daar was ook een klaagmuur voor ingericht. Gelukkig hing de jubelmuur veel voller met berichten! Maar vooral om te horen hoe ze het moeten aanpakken. De meeste ondernemers zagen social return als een mogelijkheid om zich te onderscheiden van hun concurrenten. En daar zijn we weer bij de conjunctuur. In deze tijd van laagconjunctuur ziet de één dit onderwerp als een bedreiging en de ander ziet het als een kans. Niet alleen voor het eigen bedrijf, maar ook voor de samenleving. Ik was dan ook onder de indruk van de bevlogenheid waarop over dit onderwerp gesproken werd.

Een aantal onderwerpen kwam tijdens deze bijeenkomsten steeds terug: de behoefte aan (goede) voorbeelden, de projectgebonden eisen, het controleren of er daadwerkelijk aan die eisen voldaan wordt, en het feit dat een eis van 5% marktbreed wordt toegepast zonder rekening te houden met de verschillen tussen bedrijfstakken. Dat zijn in mijn ogen terechte vragen waar nog niet zo 1-2-3 een oplossing voor te geven is. Gelukkig zijn er al wel een aantal praktijkvoorbeelden te vinden. Niet alleen bij het Rijk, maar ook bij gemeenten. De gemeente Amsterdam is hier bijvoorbeeld heel actief mee aan de slag gegaan en deelt ook volop de opgedane kennis. Dat heeft geleid tot een pilot bij de provincie Noord-Holland. Mooi voorbeeld van concrete resultaten door het delen van kennis!

De komende tijd gaat het Rijk door met het verder implementeren van social return in de praktijk, maar ook met het doorontwikkelen van instrumenten en faciliteiten die ongetwijfeld met andere overheden gedeeld gaan worden. Daarnaast zou het ook mooi zijn als overheid en bedrijfsleven samen tot een oplossing voor de andere onderwerpen komen. Dan blijft er weer een balletje in de lucht en wordt social return een gewoon onderdeel van het overheidsinkoopbeleid. Want dat zou het moeten zijn. Dat is gelijk het mooie en uitdagende van inkopen bij de overheid: meehelpen om meerdere (deels conflicterende) beleidsdoelstellingen tot uitvoer te brengen. En daarmee is social return geen belemmering, maar een enorme kans!



Meer informatie over social return is te vinden op de website van PIANOo.

zaterdag 16 maart 2013

Contractmanagement: fighting for success

De contractmanagementdag zit er weer op. Met ruim 200 bezoekers was deze dag, georganiseerd door NEVI en CRICS, heel succesvol te noemen. Ook het programma bleek een succes. De keynotesprekers Coen Wilms van Shell en Frans Slingerland van UWV gaven een fascinerend beeld van de manier waarop zij contractmanagement binnen hun organisatie hebben ingericht. Bij Shell is dat bijna corebusiness. Mag ook wel, op een spend van 60 miljard (!) per jaar tikken een paar procentjes flink aan. Datzelfde geldt in mindere mate voor UWV. Frans vergeleek zijn spend dan ook met de categorie Bloemen bij Shell. Toch nog steeds een dusdanig volume dat de meeste contractmanagers in de zaal het flink duizelde. Frans maakte een hele praktische en in mijn ogen zeer belangrijke opmerking: Breng de menselijke maat terug in het contract! Dat die maat was kwijtgeraakt hebben we heel pijnlijk kunnen meemaken in de schoonmaaksector, met de langste staking in de Nederlandse geschiedenis als gevolg.
In het volgende programmaonderdeel waren de Best Practices van een wat aardser niveau. De worstelingen van de provincie Overijssel en van VGZ waren voor velen herkenbaar. Naast deze twee presentaties waren er ook genoeg mogelijkheden om bij acht thematafels in te gaan over diverse onderwerpen. Helaas moest ik zelf onverwacht weg en heb ik dar niet aan mee kunnen doen. Ik miste helaas dus ook de presentatie van Arnold van der Lyde.

Tijdens deze dag vielen mij een aantal dingen op:
Het grote aantal deelnemers betekent in mijn ogen dat contractmanagement terect aan een opmars bezig is. Dat bleek ook uit de grote belangstelling vanuit de overheid voor deze dag. Dat deed mij helemaal goed en zeker omdat de helft van de sprekers vanuit de overheid kwam. Ook daar is contractmanagement booming.
Er is een grote behoefte aan praktische kennis. De zaal van Best Practices zat stampvol. De kernvraag voor veel bezoekers was: hoe maak je het allemaal meetbaar? En dat moet dan ook nog eens SMART. Een bruikbare suggestie die hierbij gedaan werd was: begin dan eens met een spendanalyse.

Toch kwam hierbij gelijk een waarschuwing. Denk in waarde, niet in euro’s. Daar zit volgens mij de kern voor contractmanagement: Waarde, toegevoegde waarde. Die waarde begint bij jezelf, je moet eigen waarde weten. Met die eigen waarde lijkt het niet best te zijn. Noemde ik in mijn eerste blog de inkopers de Calimero’s van de business, nu kwam het op mij over of contractmanagers zich de Calimero’s van inkoop voelen. Twee tekenende opmerkingen: Inkoop begrijpt er allemaal niets van, wanneer streeft contractmanagement inkoop voorbij? Dat lijkt mij de verkeerde houding. Inkoop en contractmanagement moeten gezamenlijk en integraal hun meerwaarde voor de business aantonen, het vertrouwen van de business winnen. Daar is materiekennis voor nodig, daar is de kracht van goed organiseren voor nodig, maar vooral een andere houding.

Jellie Pijpers tweette dan ook terecht: Emotie, persoonlijk leiderschap geeft regie op je contracten, de tools ondersteunen. Ga er voor met passie! Dat sluit mooi aan bij de afsluitende VIP-boodschap van Arnold van der Lyde:
Fighting for success doe je met Vertrouwen, Integriteit en Passie!
En dan volgen de topprestaties van inkoop en contractmanagement vanzelf is mijn stellige overtuiging





vrijdag 8 februari 2013

Inkoop van zorg: cocreatie en innovatie door passie en vertrouwen

Aan het onderwerp “inkoop van Zorg door gemeenten” zijn al heel wat subkopjes toegevoegd. Meestal in de vorm van “een zorg voor Inkoop” of een dergelijke variant. Voor de hand liggend, dat wel, maar het doet geen recht aan het thema. Daar ben ik heilig van overtuigd. De komende transities van zorg van rijksoverheid naar gemeente vormen om verschillende redenen namelijk een enorme kans voor gemeentelijke inkopers. Ten eerste vanwege het enorme financiële volume. Naar schatting zal het sociale domein de komende jaren meer dan de helft van het gemeentelijk budget gaan vormen. Dat is veel geld, heel erg veel geld. Dat betekent ook heel veel werk voor een inkoper. Daarnaast is het ook Het onderwerp waarmee inkoop zich heel strategisch kan positioneren binnen een gemeente.

Maar het allerbelangrijkste is toch wel dat Inkoop nog nooit zo’n directe relatie heeft gehad met het leven van heel wat burgers in een gemeente. Veel mensen worden voor de kwaliteit van hun leven afhankelijk van de keuzes die Inkoop gaat maken. Om het persoonlijker te maken: wellicht beïnvloedt die keuze wel de moeder van de inkoper die thuis hulp nodig heeft of dat jochie in de straat, of die man die net in die rolstoel voorbij kwam.
Melodramatisch? Ik dacht het toch echt niet.

Daarmee mag (moet) het ook duidelijk zijn dat dit geen Inkooponderwerp is. Hier hoort een duidelijk visie van de gemeentelijke beleidsmakers boven op te liggen. Inkoop moet dan wel aan tafel en liefst zo snel mogelijk. Gebeurt dat? Voor zover ik het kan waarnemen nog niet genoeg. Ik vrees dat veel bestuurders van gemeenten zich niet voldoende bewust zijn hoeveel er op hun gemeente afkomt en wat dit voor Inkoop betekent. Eerst nog even de pennen en potloden en pas als we weten welk budget er is pakken we de WMO er nog wel even bij.

Nee, alsjeblieft niet.
Dit is geen onderwerp wat je inkoper er zo maar even bij kan doen. Het speelveld is veel te complex. Dat geldt ook voor de combi inkoper-beleidsmedewerker. Gooi die deur van het gemeentehuis open en ga aan de praat. Met burgers (dat vooral), maar zeker ook met zorgaanbieders en zorgverzekeraars. Zij allen zijn de experts. Dat vraagt een hele andere benadering. Een paradigmashift zo je wilt. Je zult ook wel moeten, want met de enorme financiële taakstelling wordt innovatie een heel belangrijk thema. En die vind je waarschijnlijk niet in je gemeentehuis. Daarbij kom ik gelijk bij een favoriet overheidsthema: Control (met een hoofdletter helaas). Wij zijn als overheid gewend alles volledig dicht te regelen. Alles naar de letter, niets naar de geest. Control staat op gespannen voet met Innovatie. Innovatie kun je niet controleren, dat gebeurt. Bij innovatie hoort ook vertrouwen. Vertrouwen in de kwaliteiten van de ander. Loslaten van de eigen controle vooraf en monitoring achteraf. Oei, dat is helemaal eng. Toch is dat de enige oplossing. De omgeving is te complex geworden om van te voren alles in kaart te brengen.

PIANOo en Actiz voelen dat in ieder geval wel zo. Daarom hebben wij ook gezamenlijk marktontmoetingen georganiseerd. Op 4 februari bijvoorbeeld, over de rol van de wijkverpleegkundige. Ongelofelijk wat een energie daar los kwam. Ongelofelijk ook hoeveel kennis er aanwezig is en hoe graag mensen die kennis willen delen. Waarom? Omdat zij passie hebben voor hun vak en dit zo belangrijke onderwerp. Passie, die was ik vergeten.
Passie en vertouwen leiden tot een netwerk van betrokken experts. Binnen zo’n bruisend netwerk floreert co-cretie en is er genoeg ruimte voor innovatie. Ik zie het gelukkig ook steeds meer gebeuren.
Het komt goed, dat weet ik zeker.

zaterdag 5 januari 2013

De ontwikkeling van de (overheids)inkoop

In deze periode van het jaar wordt traditiegetrouw achteruit en vooruit gekeken. Wat gebeurde er en wat staat er te gebeuren? Dat wil ik ook eens voor het inkopen van de overheid doen. Hoe heeft dat zich ontwikkeld en waar gaat het heen? Ik werd daarbij op weg geholpen door het lezen van het boek Society 3.0 van Ronald van ’t Hoff. Hij beschrijft daarin vier stadia van ontwikkeling van de Nederlandse maatschappij. Ik vertaal die stadia naar inkoop en beperk mij nog tot drie stadia.

Inkoop 1.0
In dit stadium is geld is de bepalende factor. Het aanbesteden gebeurt op laagste prijs. Er is een strakke hiërarchie in de waardeketen. De overheid is opdrachtgever en schrijft voor wat de private sector moet uitvoeren. Kennis over inkoop is gefragmenteerd beschikbaar. De private sector krijgt geen kans om zich te onderscheiden van de concurrentie, dan op basis van prijs. Dit leidt nogal eens tot aanbiedingen onder de kostprijs en tot speculatief inschrijven. Wat beloofd wordt, wordt niet waargemaakt. Dit veroorzaakt een negatieve spiraal van alsmaar dikkere bestekken, nog meer ontduikgedrag en tot een toenemend aantal rechtszaken. Het wantrouwen tussen opdrachtgever en opdrachtnemer neemt alsmaar toe en drukt zich uit tot scherpe controles en het opnemen van uitgebreide bonus/malus regelingen in de bestekken. Er is weinig tot geen communicatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer, zowel voor, tijdens als na de aanbestedingsprocedure. Er is vooral aandacht voor de functiegerichte component (de hard skills). Inkopers ontmoeten elkaar in Communities of Interest om informatie uit te wisselen en om vragen te stellen en antwoorden te geven. Dit komt vooral omdat inkoop en de rest van de organisatie (de business) niet met elkaar optrekken.
Het gaat in dit stadium vooral om wat mensen doen en zeggen. Je zou dit kunnen vergelijken met het Lichaam.

Inkoop 2.0
In dit stadium worden de eerste stappen naar stakeholderdenken gemaakt. De overheidsorganisatie opent zich en gaat een dialoog aan met stakeholders (al of niet via social media). Het aanbesteden gebeurt meer en meer op basis van de Economisch Meeste Voordelige Inschrijving. Naast het geld worden andere criteria belangrijk. Als eerste kwaliteit, maar later worden er steeds meer beleidsdoelstellingen aan toegevoegd. Voorbeelden zijn duurzaamheid, social return en aandacht voor het lokale MKB. De private sector krijgt hierdoor meer kans om zich te onderscheiden. Ook de dialoog tussen opdrachtgever en opdrachtnemer verbetert. Voorafgaand aan de aanbesteding worden meer en meer marktconsultaties gehouden, waarbij de potentiële opdrachtnemers de kans krijgen hun kennis te tonen. Tijdens de aanbesteding wordt gebruik gemaakt van procedures als de concurrentiegerichte dialoog . Na de aanbesteding vindt er meer overleg plaats over de voortgang van de opdracht en krijgt de opdrachtnemer de kans gemaakte fouten te herstellen. In diverse sectoren (met name de zorg) wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde 2B-procedure, waarvoor een veel minder streng aanbestedingsregime geldt.
Taken worden uitgebreid met contract- en leveranciersmanagement en er ontstaat een nauwere samenwerking met de business binnen het bedrijf. De mensgerichte component (de soft skills) wordt belangrijk, want uitbreiding van taken vereist de nodige vaardigheden.

Inkopers werken samen in Communities of Practice met als doel kennis- en competentieontwikkeling, verdieping en verbreding van de vakontwikkeling. Argumenten en bewijs zijn in dit stadium belangrijk. Het gaat om bewuste gedachten, om rationaliteit. Je kunt dit vergelijken met het Hoofd.

Inkoop 3.0
De traditionele hiërarchische waardeketen tussen opdrachtgever en opdrachtnemer verdwijnt en wordt vervangen door een waardenetwerk, waar het van minder groot belang is wat de kerncompetenties van een actor in het netwerk zijn. De kracht van het netwerk is namelijk meer dan de som der delen. Het netwerk als geheel krijgt daarmee ook een duurzaam competitief voordeel omdat alle actoren waarde toevoegen en waarde ook weer gedeeld wordt. Als dit erkend wordt door de actoren zal er een lange termijn relatie ontstaan waarbij continu waarde gecreëerd en gedeeld wordt door innovaties, ontstaan uit co-creatie. Van de leiders wordt daarmee verbindend leiderschap verwacht. Visie, betrokkenheid, eerlijkheid, openheid zijn kernwaarden. Goede communicatie tussen de actoren is van groot belang. Inkoop wordt een klein en integraal onderdeel van de organisatie en werkt nauw samen met de strategische beleidsmakers om de juiste actoren in het netwerk te krijgen. Mensen werken op basis an gelijkwaardigheid en met eenzelfde doel samen in Communities of Purpose, waar kennis in de juiste context wordt verbonden. Kapitaal wordt niet alleen in geld uitgedrukt, maar ook in de vorm van sociaal kapitaal.
Als waarden, gedachten en verwachtingen zo centraal staan, dan is dit stadium het beste te vergelijken met het Hart.

Ik wil hiermee niet beweren dat het ene stadium beter zou zijn dan het andere.Volgens mij zou je de diverse stadia niet generiek moeten zien, maar onderscheid moeten maken naar het type inkooppakket en misschien zelfs naar individuele aanbesteding. Wat belangrijk is, is dat Inkoop als professie evolueert. Lichaam, hoofd en hart gaan steeds beter samenwerken. De inkoper die hier in meegaat, krijgt een steeds mooier vak is mijn stellige overtuiging!




lees ook het blog: veranderend medialandschap leidt tot meer aandacht voor het individu en vooral de interessante reacties.